Over de ontwikkeling van liegen bij kinderen en hoe je ze leert de waarheid te vertellen.
[door: Chantal Caes, welingelichtekringen]
Kinderen leren te liegen als ze een jaar of 2 zijn. De eerste leugens
zijn ontkenningen van iets wat ze uitgespookt hebben. Vanaf 3 jaar leren ze ook
‘positieve leugens’ te vertellen. Dat zijn leugens die anderen ten goede komen
of omdat het beleefd is.
Als een kind bijvoorbeeld een verrassing heeft voor zijn
moeder, zal hij niet vertellen wat het is. En als het een cadeautje krijgt,
zegt het netjes ‘dank u wel’, ook als het er niets aan vindt. Het vertellen van
dit soort leugens is een belangrijke sociale vaardigheid.
Jonge kinderen leren te liegen als ze daar cognitief en sociaal aan toe
zijn. Om te kunnen liegen moeten ze begrijpen dat anderen hun eigen opvattingen
hebben, die niet noodzakelijk dezelfde zijn als de hunne. Een kind moet zich
ook realiseren dat anderen dingen kunnen geloven die niet kloppen. Dit is een
vaardigheid, ‘theory of mind’ genaamd, die zich langzaam ontwikkelt in de
kleuterjaren. Als kinderen beter in staat zijn om te bedenken wat anderen
denken en voelen, leren ze wanneer het gepast is om te liegen en om dat op een
overtuigende manier te doen.
Overtuigend liegen is moeilijk voor jonge kinderen. Ze slagen er vaak
niet in, zeker niet als je verder doorvraagt. Uit een eerder onderzoek blijkt
dat 74% van de liegende kinderen door de mand valt als ze antwoord geven op een
vervolgvraag. Als kinderen ouder worden
leren ze pas te begrijpen dat ze hun antwoorden op vervolgvragen moeten
afstemmen op de leugen. Ongeveer 80% van de 3- en 4-jarigen vielen door de
mand, maar slechts bij 50% van de 6- en 7-jarigen gebeurde dit.
Als een ouder kind niet leert wanneer het gepast is om te liegen en om
dat op een overtuigende manier te doen, kan dat voor problemen zorgen. Uit onderzoek is gebleken ........

